In tijden waarin kennis en goed onderwijs steeds meer voor iedereen gemeengoed wordt, zullen mensen zich van elkaar op andere manieren moeten gaan onderscheiden. Het bezitten van vaardigheden op het gebied van creativiteit en divergent denken zullen het verschil gaan maken tussen succesvol zijn of niet.

SINE -Edulab als samenwerkingsplatform tussen diverse instanties verbindt creativiteit aan hoogwaardige Nederlandse ”state of the art” kennis en -vaardigheden. Edulab maakt die nieuwe 21e eeuwse vaardigheden als belangrijke en onmisbare basic skills voor iedereen toegankelijk, ongeacht opleiding en sociale en culturele afkomst en positie. Edulab biedt iedereen de maximale mogelijkheden zich te kunnen ontplooien op basis van nieuwsgierigheid, interesse en bevlogenheid.

In een wereld als de onze met continue veranderingen, verschil in accenten van benadering die met name door gemeente, onderwijs en onderzoek en bedrijfsleven beleefd worden, wil SINE de verbindende factor zijn. Het proces om mede door divergent denken gezamenlijk waardevolle ideeën te realiseren, staat centraal.

Er toe doen en het verschil kunnen maken: dat is waar SINE – Edulab voor staat. Waarom kan juist nu voor SINE – Edulab – deze innovatieve en verbindende opzet – gekozen worden?

Robbert Dijkgraaf : “Allerbelangrijkste afzetmarkt van wetenschappelijke kennis is ’’natuurlijk” het onderwijs.”

Exploratorium : “Het Exploratorium,naar het idee van Frank Oppenheimer  is een LAB in San Francisco met een missie. Verander de wijze waarop de wereld leert. Exploratorium is door de New York Times uitgeroepen tot allerbelangrijkste (wetenschaps) LAB in de huidige tijd.”

Mission Science Workshop: “Heeft zich het doel gesteld om de ontdekkende, explorerende onderwijservaring te verrijken en voor een ieder toegankelijk te maken en te houden.”

Schermafbeelding 2014-01-18 om 11.27.53

 

 

SINE – EDULAB in het kort:

  • Ontdekkingslaboratorium van de 21e eeuw dat ogen opent, nieuwsgierig maakt en laat creëeren.
  • Het samenwerkingsplatform voor kennis, creativiteit en innovatie van gemeente, onderwijs en onderzoek en bedrijven.
Be Sociable, Share!

Een aantal van jullie zal na het lezen van dit schrijven misschien zich drie keer achter de oren krabben, anderen vinden wellicht herkenning of ook erkenning in onderstaande gedachten over de toekomst van de kunsten. Mijn bedoeling is anderzijds dan ook een open discussie op te roepen over het onderwijs dat wij nu geven aan de kinderen van de Vooropleiding waarin de niet te stoppen digitalisering een gegeven is waar wij hoe dan ook op moeten anticiperen.

Persoonlijk heb ik inhoudelijk altijd veel moeite gehad met het woord “talent”: wat is dat nu precies om talentvol te zijn op muzikaal, dans of beeldend vlak?. Waar ik binnen deze discussie altijd op stuitte, was dat per definitie het omschrijven van talent andere kinderen uitsluit als zouden deze kinderen in onze vakgebieden over minder aanleg, minder talent beschikken.

Door mijn -hoop ik althans- voortschrijdend inzicht constateer ik dat wij nu in de digitale renaissance terecht zijn gekomen: de tweede wedergeboorte is naar mijn mening een feit, en een vaststaand gegeven. Creativiteit zal voor iedereen ongeacht afkomst, opleiding of professie een basisvaardigheid gaan worden en het stimuleren daarvan een recht. Zeker in een wereld als deze met continue veranderingen die met name door het onderwijs niet meer op de voet gevolgd kúnnen worden, zal creativiteit en het scheppend denkvermogen een centrale en vakoverstijgende functie krijgen om goed te kunnen blijven ageren op de vele veranderingen die plaatsvinden binnen de wereld waarin wij leven. Het proces om mede door divergent denken waardevolle ideeën te realiseren, zal een belangrijke plaats innemen binnen het voortgezet onderwijs.

Ik ben door mijn ruime ervaring nu de mening toegedaan dat juist de vakken, muziek, dans en beeldend die creativiteit en het divergent denken van oudsher hoog in het vaandel hebben staan de kinderlijke creativiteit beknotten door inhoudelijk en technisch dogmatisch onderwijs. Door deze zeer traditionele vakinhoudelijke benadering die geen aansluiting meer vindt bij haar omgeving en de maatschappij in het bijzonder, maken deze vakken zichzelf voor de toekomst irrelevant en zullen er in de toekomst in het geheel niet meer toe doen. Wij worden door de digitale renaissance in (scheppende) creativiteit en innovatief denken aan alle kanten voorbijgestreefd. Muziek, dans en beeldend zal in zijn huidige  traditionele vorm -ook binnen het onderwijs- moeten gaan verdwijnen en plaats moeten gaan maken voor een geïntegreerd aanbod waarin moderne technologie een sleutelrol vervult.

Allemaal leuk en aardig maar waarom vertel ik jullie dit? Kan de zon voor ons vak nog aan de horizon gaan schijnen? Mijn antwoord daarop? Jazeker! Ik heb dit getracht creatief digitaal duidelijk te maken in onderstaand schema.

foto-1

Muziek, dans en de beeldende afdeling zal het curriculum, de traditie, het erfgoed in een andere aangepaste vorm moeten gaan onder brengen in het vak Creatieve Technologie.

Creatieve Technologie, het vak waar  alle uitingen van de menselijke creatieve cultuur weer verenigd wordt met de wetenschap en net als tijdens de renaissance van Leonardo da Vinci complementair aan elkaar zijn. Auditorials + Visuals + Coding = Creatieve Technologie.

De kansen liggen voor het oprapen in een overgangssituatie naar een nieuw kunst- en cultuuronderwijs bij ons op school. Ik weet dat deze statistieken kloppen omdat ik ze net zelf verzonnen heb:). Met muziek, dans en beeldend in de nieuwe renaissance, nieuwe wegen bewandelend, de platgetrapte paden achter ons latend, weet ik zeker dat we veel verder kunnen komen.

Hans Braakmann © 2013

“In times of change,learners inherit the earth; 
While the learned find themselvesbeautifully equipped
to deal with a world that no longer exists.”
Eric Hoffer.
Be Sociable, Share!

Vandaag de dag is de ontwikkeling van een muzikale carrière niet meer wat hij ooit was of is geweest. Het traditionele muziekonderwijs op conservatoria met haar dogmatische en mijns inziens niet creatieve oefen- en studieprogramma bereidt jonge musici voor op een ongewisse muzikale toekomst. Het traditionele muziekonderwijs is in het algemeen niet creatief en bewerkstelligt een muzikale groei die er niet meer toe doet.

Zij verbindt muzikale ontwikkeling aan een curriculum – het muzikale harnas, dwangbuis zo u wilt – van ongeveer 120 jaar geleden. Pianisten, krijgen tijdens hun studie zo gratis en voor niks het “Rubinstein syndroom” cadeau. Lees in deze context als aanvulling op het “Rubinstein syndroom” de doping satire vanuit een serieuze ondertoon van pianist Simon Tedeschi. Een herkenbaar verhaal voor professionele musici alsmede conservatorium studenten over het gebruik van beta blokkers in de klassieke muziek. http://bit.ly/WndPrc

Tijdens mijn slankere en hoogstwaarschijnlijk naïeve jeugd en tijdens mijn latere studietijd heb ik mijzelf dagelijks, vrijwillig, uren lang – zonder blikjes kattenvoer als avondeten – opgesloten om piano te studeren/spelen. Met steeds de Godenzonen Rubinstein, Hofmann en Horowitz van een afstand toekijkend om zo mijn vorderingen en progressie te controleren. Hoe kon ik destijds aan hun onmogelijke verwachtingen voldoen? Voor mij achteraf bezien het muzikaal en persoonlijk tergen van een onmogelijk muzikaaltechnische referentiekader geweest. Een utopie in mijn geheugen.

Hoe zou mijn toekomst eruit gaan zien? In mijn opinie: een comfortabel leven, piano spelend op bijeenkomsten -lees bruiloften, feestjes en partijtjes- in buurthuis, bibliotheek, kerk of cultureel centrum met zo nu en dan een recital. In de dagen na mijn studietijd wilde ik ook graag mijn opgedane ervaring en mijn persoonlijk muzikale waarde delen met de jeugd als pianodocent. Vooral motiveren en inspireren vanuit het pianoklavier; dat had ik destijds voor ogen.  Ook in die dagen bleven de heren Rubinstein, Horowitz en Hofmann toekijken. Vanaf een afstand als een duiveltje op mijn schouder beoordeelde de heren hoe ik het binnen mijn pianolessen in hun ogen deed. Ik kan u vertellen: het is nooit goed genoeg geweest en het kon altijd beter.

Wat ben ik toen stom geweest?

Het model voor een dergelijke muzikale carrière is gecreëerd naar het evenbeeld van het leven van de allergrootste pianogod die ik ken, Arthur Rubinstein. Hoeveel Rubinsteins zijn er vandaag de dag nog? En die dan ook nog voor publiek spelen?

Wat was het muzikale activiteitenpallet van Rubinstein? In de Engelse taal hebben ze daar een prachtige term voor: performing and recording artist. Wat heeft Rubinstein daarentegen niet gedaan? Rubinstein heeft geen muziek gecomponeerd of gedirigeerd. Hij is nooit verbonden geweest aan een conservatorium of toonaangevende universiteit. Hij heeft niet gewerkt met kinderen, vocalisten of als instrumentaal begeleider. Hij heeft geen muziek gearrangeerd. Hij heeft geenszins inhoudelijke stukken ge- of herschreven, behalve dan een autobiografie.

Rubinstein was in essentie “a one trick pony”: een aap die een kunstje leert, de Quasimodo van zijn generatie. Hij bespeelde de piano als een God, en dat was hoogstwaarschijnlijk ook wat hij het liefste deed om uiteindelijk een legende te worden en tot op de dag van vandaag de langste concerterende pianist uit de geschiedenis te zijn, hoewel zijn repertoire keuze zeer beperkt was. Niet veel Barok en Debussy, geen Mozart en Haydn; overwegend speelde Rubinstein negentiende-eeuwse romantiek met een toefje Prokofiev; geen Bartok.

Het probleem is nu dat overwegend het curriculum van conservatoria, de muziekvakopleidingen, opleiden naar het evenbeeld “Rubinstein”. Studenten zonderen zich af, spenderen uren aan repertoire en bijpassende technische instrumentale studie: het repertoire dat vele malen door “De Goden”, de onsterfelijke op mediadragers, is vastgelegd. En na maanden of zelfs jaren studie kunnen ze de geoefende/gekopieerde composities  ten gehore brengen aan een handjevol mensen in het gemeenschapshuis op de hoek rechtsaf achter de plaatselijke kruidenier.

Zoals ik verteld heb: alle grote werken van de grote componisten zijn door de grootste instrumentalisten vastgelegd – het is en wordt ontzettend lastig het onderwijs op conservatoria met de daaraan verbonden muzikale carrière, maatschappelijk nog te kunnen verantwoorden op onderzoek en/of verbetering van dat repertoire. Dit conservatoria curriculum gaat en kan nooit meer pianisten opleiden met een groter inzicht dan Brendel; met een grotere virtuositeit dan Horowitz of een grotere zeggingskracht en poëzie dan Argerich.

Wat ik hierboven beschrijf, is overigens ook van toepassing op aspirant vocalisten, violisten, en zo verder…

Wat voor toekomst hebben (aspirant) musici en muzikanten dan wel? Welke passende verwachtingen en doelen kan het onderwijs en de maatschappij anno 2013 wél stellen aan diegenen die het muziekvak in willen?

Neem nu als voorbeeld André Previn. André Previn is niet de grootst levende pianist, hij is niet de grootst levende dirigent en is ook niet in het bezit van de grootste muzikale prijzenkast. Eveneens schrijft niet de meest inspirerende of controversiële filmmuziek. André Previn is eigenlijk in niets de grootste, wat hij waarschijnlijk ook zal erkennen – hij staat eigenlijk heel nuchter en met beide benen op de grond.

Maar wat is hij wél? Hij is veelzijdig!

In de wereld van muziek is de algemene gedachte: “Je kunt beter je mond houden en niets zeggen dan het tonen van je veelzijdigheid.” André Previn is een bewonderenswaardig klassiek pianist, maar daarnaast een begenadigd jazzpianist. Hij schrijft composities in alle genres : vocaal, opera, (solo-) concerten, filmmuziek, ballet- en kamermuziek en daarnaast een graag geziene vakbekwame dirigent. Tijdens zijn studie heeft hij altijd al die brede muzikale interesse getoond in het omarmen van de muzikaal gangbare fictieve uitersten Mozart en Art Tatum, de Weense klassieken en Amerikaanse filmmuziek. André Previn is nu de 80-jarige leeftijd gepasseerd en speelt nog steeds in de  New York supper club met zijn  jazz trio, hij geeft masterclass orkest directie en hij schrijft nog altijd nieuwe composities.

Beste musici en muzikanten, mijn oproep aan u is: kom zo nu en dan en vooral vaker uit uw studie “hokken”. Componeer meer (nieuwe) muziek ook al denkt u er geen talent voor te bezitten. Ga vocalisten beluisteren en begeleiden, leer een andere taal, experimenteer, improviseer, neem zangles, dirigeer een koor, een klein ensemble op school, in de kerk of in het bejaardenhuis. Volg theorielessen om het nu door eigen keuze en sturing echt te gaan begrijpen, schrijf een muzikaal blogbericht ( kuch kuch), neem initiatief in groei door te experimenteren, te creëren, te ontwikkelen..

Wees veelzijdig. Ben waardevol.

Nog een laatste duit in het zakje… tegen de conservatoria zou ik willen zeggen: China en India herbergen meer Rubinsteins in de dop dan het totale Nederlandse inwonersaantal.  Mijn voorstel zou zijn? Vanaf komend jaar is het niet meer toegestaan voor het instrument piano de tweede pianosonate editie 1913 van Rachmaninoff te spelen :) Nee? Laten we een slot doen op en de sleutel voorlopig opbergen betreffende alle muziek van vóór 1960. Het is welletjes geweest.

Het tweede voorstel dat ik graag aan u zou willen voorleggen: wanneer het gevoel, de eerste gedachten bij het aanhoren van een compositie na 1960 “mooi” is (lees: toegankelijk), dan is het een cliché dat teveel teruggrijpt op eerdere van vóór 1960 opgedane ervaringen, met als mogelijke valkuil dat deze compositie niet direct aanzet tot nadenken. Kortom:

 GROEI – EXPERIMENTEER – CREËER – ONTWIKKEL.

Hans Braakmann ©2013

bron: wikipedia, dtopera, pianist magazine, de vooropleiding.:)

Be Sociable, Share!

Muziek… is meer dan de som van de verschillende delen. 

Via deze nieuwe blogtekst wil ik de start van de Facebookpagina MUZIEKIDEE bij u onder de aandacht brengen. Het zal een verzamelplaats gaan worden waarbinnen alle muziekminnende mensen hun creatieve muzikale ideeën kunnen posten; een waardevolle verzameling van niet alleen lessen en projecten maar ook van tools en tips van en voor muziekminnende mensen en collega’s binnen de muziekeducatie.

Een mooie maar evenzo belangrijke bijkomstigheid van het doel van deze pagina is de vorming van een “community” van muziekgekken om met elkaar op een creatieve, vernieuwde en verfrissende manier nieuwe wegen te bewandelen binnen het gevarieerde muzikale landschap.

De Facebookpagina is te bereiken op:  https://www.facebook.com/MUZiEKiD

Be Sociable, Share!

De cruciale vraag over kunst-en cultuuronderwijs.

Deze vraag luidt: bestaat er nog maatschappelijk draagvlak voor gesubsidieerd kunst- en cultuuronderwijs in haar huidige vorm?

Het culturele, kunstzinnige en educatieve mondiale landschap is drastisch aan het veranderen. De oorzaak van deze veranderingen van de afgelopen 40 jaar liggen in het ontstaan van het World Wide Web met als direct gevolg de mondialisering en democratisering van kennis. Kortweg: de digitale renaissance.

Door deze mondialisering en democratisering van kennis en (culturele) vaardigheden ben ik van mening dat deze ontwikkelingen vandaag de dag andere eisen stellen aan het kunst-en cultuuronderwijs. Het culturele kunstzinnig talent van 20 jaar geleden is niet meer per definitie het talent van 2012. De Britse auteur Ken Robinson zeg het als volgt: “How do we educate our children to take their place in the economies of the 21st century? … Given that we can’t anticipate what the economy will look like at the end of next week.” Vervang binnen dit citaat het woord economies door de woorden kunst-en cultuuronderwijs. Het moge dan duidelijk zijn dat dit citaat mij twijfels bezorgt omtrent de omschrijving de inhouden van ons huidige kunst-en cultuuronderwijs.

De cultureel kunstzinnige sector zou binnen haar mogelijkheden eerst op zoek moeten gaan naar duidelijke inhoudelijke omschrijving van haar kerndoelen anno 2012; naar een passende omschrijving binnen de huidige tijdsgeest. Welke eisen stellen wij als gevolg van deze omschrijving aan dit nieuwe onderwijs? Welke competenties moet men bezitten om later succesvol te worden en te blijven? Het afgelopen jaar heb ik  verschillende mensen gesproken en gevraagd naar hun mening over hun visie op het toekomstige kunst-en cultuuronderwijs. Zo ben ik gekomen tot de hieronderstaande omschrijving van competenties en eisen.

De competenties en eisen :

Het nieuwe kunst-en cultuuronderwijs is multidisciplinair . Beheerst meerdere instrumenten/medium op goed niveau. Veel kinderen leven in een analoog/digitale “Mix” omgeving. Zij maken een tekening en schrijven poëzie (analoog) op papier en maken daarnaast gebruik van moderne computertechnologieën om muziek en film te creëren. Leerlingen creëren en geven zo vorm aan hun eigen culturele veelal digitale belevingswereld. Met bijbehorende passende vaardigheden en kennis heeft het creatieve proces de prioriteit. Het nieuwe kunst-en cultuuronderwijs is meer bezig met creëren dan reproduceren. Het maakt de technieken ondergeschikt aan het proces en zo aan het uiteindelijke resultaat. Het nieuwe kunst-en cultuuronderwijs is altijd op zoek naar nieuwe ideeën naar nieuwe vormen en nieuwe toepassingen van kunstzinnige en culturele expressie. Het nieuwe kunst-en cultuuronderwijs verbindt mensen en tracht verbanden te leggen tussen de verschillende kunstzinnigen uitingen en disciplines. Het nieuwe kunst-en cultuuronderwijs behoort midden in het leven te staan.

Zover is het nog niet en tot die tijd ben ik van mening dat het gesubsidieerde kunst- en cultuuronderwijs (waaronder de Nederlandse muziekscholen en culturele centra in de huidige traditionele vorm vallen) zijn langste tijd gehad heeft.

Ik zie twee sterk gerelateerde oorzaken:

  • De eerste oorzaak betreft de afhankelijkheid van subsidiegelden. Dit heeft geleid tot inspiratieloos en conservatief (ouderwets) gemeentelijk kunst- en cultuuronderwijs. Dit onderwijs is niet proactief door het subsidieinfuus met als gevolg – en ik chargeer natuurlijk – dat de docenten uit het veld zich niet geroepen voelen enige veranderingen aan te brengen binnen hun lessen: zij zijn immers verzekerd van inkomen, horen geen klachten van hun leerlingen, willen niet beginnen aan groepslessen ‘want dat hebben we nooit zo gedaan’ en ‘het traditionele instrument kan niet tippen aan spelen op of met de computer.’ Eén van de gevolgen hiervan is dat muziekscholen en culturele centra voor de kunsten niet meer relevant zijn, er niet meer toe doen bij een brede laag van de bevolking.
  • De tweede oorzaak vloeit als direct gevolg voort uit de eerste en dat is dat het  kunst- en cultuuronderwijs ook geen inhoudelijke aansluiting meer vindt bij zijn doelgroep. Is het leren van het bespelen van een muziekinstrument nog wel relevant? Moeten wij niet constateren dat het traditioneel instrumentarium – ook mijn vriendin de piano – aan het verdwijnen is? Is de digitale renaissance al een gegeven?

De kansen liggen voor het oprapen in een overgangssituatie naar het ongesubsidieerde kunst- en cultuuronderwijs. Ik weet dat deze statistieken kloppen omdat ik ze net zelf verzonnen heb:) Ondernemen in de nieuwe renaissance, nieuwe wegen gaan bewandelen, de platgetrapte paden achter ons latend, weet ik zeker dat we veel verder kunnen komen.

Vandaar.

Hans Braakmann.

Be Sociable, Share!

Ik wil jullie een geheim vertellen. Als muzikant heb ik iets tegen talentenjachten met het daaraan sterk verbonden fenomeen wonderkind of in de moderne hedendaagse verpakking als kindsterren. Een zesjarige die Mendelssohn op viool speelt de tienjarig pianist die etudes van Rachmaninov ten gehore kan brengen. Op de nationale televisie en Youtube kom je de filmpjes veelvuldig tegen waarin jonge kinderen Aria’s, of de laatste hit van Adele zingen. Natuurlijk is het imposant en knap dat deze (te) jonge kinderen deze prestatie überhaupt kunnen leveren. Kwaliteiten op een zo jonge leeftijd die we normaal alleen aan volwassenen toe dichten. Onlangs werd ik er pijnlijk mee geconfronteerd. Een collega conservatorium docent waarvan ik de naam niet nader zal noemen vertelde mij dat hij dit Youtube filmpje een ultieme muzikale prestatie vond. Neem rustig de tijd om dit filmpje goed te bekijken. Continue reading »

Be Sociable, Share!

Wat hebben 20 spaghetti, 1 meter tape, 1 meter touw en een marshmallow te maken met creativiteit en innovativiteit? De Marshmallow Challenge heeft het antwoord. Een aantal jaren geleden bedacht Peter Skillman de Marshmallow Challenge. De opdracht is eenvoudig: ”bouw met 4 personen in 18 minuten een zo hoog mogelijke stabiele toren van 20 sprieten spaghetti, een meter plakband en een meter touw. Voorwaarde is dat bovenop de toren een marshmallow moet kunnen liggen, zonder dat de toren instort. Wat een eenvoudige opdracht lijkt, blijkt in de praktijk lang niet zo eenvoudig.

Tijdens een TED Event presenteerde Tom Wujec (Autodesk) over de prestaties van verschillende teams waarbij hij in de afgelopen jaren de Marshmallow Challenge afnam. Het type team liep uiteen van lagere school kinderen tot CEO’s. Welk type team presteerde het best? De resultaten zijn opmerkelijk.

Continue reading »

Be Sociable, Share!
In deze improvisatieles maken we gebruik van de website. Youtube.com De groep kiest één persoon als Web 2.0 DJ. De DJ creëertde soundscape in Bes waar op de andere muzikanten improviseren.
Be Sociable, Share!

Flip het muziekonderwijs de technologieën zijn er klaar voor nu de ideeën nog’
Ik ben er inmiddels van overtuigd geraakt dat je muzikaal alles kunt leren en vooral effectiever en rijker kunt leren door gebruik te maken van de moderne technologieën, kortweg alles wat het World Wide Web ons momenteel muzikaal te bieden heeft. De globalisering en democratisering, de renaissance van kennis is een feit. Die docenten die met deze technologieën niets te maken willen hebben, zijn over een paar jaar irrelevant, zij zullen er niet meer toe doen. Continue reading »

Be Sociable, Share!

Wat is muziek ? Een veel gehoord antwoord daarop is: “Ja, je moet dat voelen hè.”
Muziek is één van de ‘human universals’. Geen enkele cultuur is zonder muziek. Daarom is het nodig dat we iets begrijpen van de menselijke natuur, hoe die tijdens miljoenen jaren evolutie tot stand gekomen is en in welke mate de rol van muziek daarin gespeeld heeft. Natuurlijk is muziek geen taal, hoewel het een gemeenplaats is om dit te zeggen. Muziek is muziek. Een fenomeen op zich met een autonome bestaansreden, met eigen kenmerken en neurologische wetmatigheden. Wel is het zo dat we vele functies die een verbale of geschreven taal ook heeft, ook terug vinden binnen de muziek: mensen aan het denken zetten, communiceren, emoties en reacties uitlokken; kennelijk kan dit door middel van muziek beter dan binnen andere vormen van communicatie. Muziek kan dieper gaan, muziek kan meer betekenis geven dan een heel boek vol woorden. Continue reading »

Be Sociable, Share!
© 2014 Hans Braakmann Suffusion WordPress theme by Sayontan Sinha